calculatie proeftoets 2

Proeftoets 2

 

1             Een exporteur te Almelo verzendt via Rotterdam een partij goederen naar een klant in Montreal via de haven van Quebec.

 

–        De inkoopprijs voor de Almelose exporteur van de goederen is € 10.000,-.

–        De exporteur hanteert een opslagpercentage voor indirecte kosten van                  70% van de inkoopprijs.

–        De nettowinst is 15% van de verkoopprijs af fabriek Almelo.

–        De vrachtkosten van Almelo naar Rotterdam zijn € 200,-.

–        Het laten opmaken van exportdocumenten kost € 60,-.

–        De handlingkosten in de haven van Rotterdam zijn € 225,-.

–        De zeevracht van Rotterdam naar Quebec kost € 4.329,-.

–        De premie voor de zeetransportverzekering bedraagt 1% van de                          verkoopprijs CIF Quebec.

–        De handlingkosten in de haven van Quebec zijn: CAD 110,-.

–        De invoerrechten in Canada zijn 10% van de waarde CIF Quebec.

–        De vrachtkosten van Quebec naar Montreal zijn CAD 70,-.

–        De koers is EUR 1,- = CAD 1,58.

 

Bereken achtereenvolgens in hele euro’s voor de verkoper:

a.       de verkoopprijs FOB Rotterdam, Delta terminal

Bereken in hele CAD:

b.       de verkoopprijs DDP Montreal.

 

2             Een exporteur levert een partij bacon in blik aan een Engelse afnemer. Hiervoor wordt op 6 juni het verkoopcontract opgesteld ter waarde van GBP 50.000,-. De betaling vindt begin december van datzelfde jaar plaats.

De indirecte koers van het Engelse pond was op 6 juni: GBP 1,- = € 1,10. Om zich in te dekken tegen eventuele koersrisico’s besluit de exporteur voor GBP 50.000,- putopties te kopen. De uitoefenprijs bedraagt € 1,08 per GBP 1,- en de kosten zijn € 2,54 per GBP 100,-. Als hij begin december de Engelse ponden van zijn klant ontvangt, is de werkelijke koers: GBP 1,- = € 1,05.

 

a.       Bereken de opbrengst voor deze exporteur als hij geen opties neemt.

b.       Bereken de netto-opbrengst bij gebruikmaking van het optierecht.

c.       Bereken het voor- of nadeel bij gebruikmaking van de opties.

d.       Welke beslissing zal de exporteur nemen als de werkelijke koers begin december € 1,16 is? Bereken dan ook de netto-opbrengst per Engels pond in euro’s.

 

3             De firma Celibranche is een Nederlandse onderneming die zich bezighoudt met de in- en verkoop van allerhande winkelinventaris, met name voor winkels die luxe cadeauartikelen verkopen.

Celibranche heeft met het oog op een levering aan een Zwitserse afnemer een termijncontract gesloten. Het termijncontract heeft, net als de order, betrekking op een bedrag van CHF 4.000,-. Daarbij geldt een contante koers van CHF 1,- =

€ 0,61 en € 0,63 bij een termijn van3 maanden

De kosten van het termijncontract zijn 0,25‰ per maand.

 

a.       Bereken voor Celibranche de netto-opbrengst in euro’s van de francs die men over drie maanden van de Zwitserse afnemer ontvangt.

b.       Bereken het agio van dit termijncontract in procenten op jaarbasis.

 

Naast termijncontracten kunnen ook valutaopties door exporteurs worden gebruikt om zich in te dekken tegen het wisselkoersrisico.

 

c.       Omschrijf wat een valutaoptie is.

 

d.       Noteer zowel een voordeel als een nadeel van de valutaoptie in vergelijking met het termijncontract.

e.       Noteer een andere manieren waarop exporteurs wisselkoersrisico’s kunnen beperken.